Van der Rijst vermoedt dat zwijgen vooral in zaken met minder duidelijk bewijs de kans op een veroordeling kan vergroten. Als een verdachte geen alternatieve verklaring geeft, kan dat ertoe leiden dat de rechter het beschikbare bewijs zwaarder laat wegen.
In zaken met duidelijker bewijs speelt zwijgen meestal een kleinere rol, denk aan een diefstal waarbij iemand op heterdaad wordt betrapt: ook zonder verklaring is het bewijs vaak overtuigend genoeg.
Wanneer direct bewijs ontbreekt, moeten er aannames worden gedaan om tot een oordeel te kunnen komen. Juist dan kan de verdachte die aannames weerspreken. Een zwijgende verdachte doet dat niet en loopt die kans mis. ‘Als iemand dure spullen heeft zonder duidelijk inkomen, wordt al snel gedacht dat het geld uit een misdrijf komt,’ zegt Van der Rijst. ‘Als het Openbaar Ministerie (OM) onderzoek heeft gedaan naar de legale inkomsten van de verdachte en die lijken er niet te zijn, is het aan de verdachte om aan te geven dat het toch anders zit.’
Bij rechters kan zwijgen bijdragen aan een gevoel dat een verdachte schuldig is. Van der Rijst: ‘Soms kan het idee ontstaan dat iemand die zwijgt iets te verbergen heeft. Dat gevoel kan meespelen, maar mag nooit bepalend zijn. Rechters moeten altijd nagaan of het bewijs sterk genoeg is, zonder dat zwijgen de doorslag geeft.’
Zwijgen betekent immers niet per se dat een verdachte schuldig is. Verdachten kunnen om uiteenlopende redenen zwijgen: uit angst voor represailles, uit de wens iemand in bescherming te nemen, vanwege wantrouwen tegen justitie of door onjuiste voorlichting. Ook kunnen advocaten adviseren te zwijgen, met het argument dat ‘alles wat u zegt, tegen u kan worden gebruikt.’
Oók wanneer de verdachte zwijgt, zou het goed zijn als het OM alternatieve verklaringen voor het aangetroffen bewijs onderzoekt. Rechters moeten vervolgens controleren of de tenlastelegging voldoende is onderbouwd en of eventuele alternatieven voldoende zijn onderzocht – en gegrond terzijde kunnen worden geschoven. Die kritische houding van rechters en OM moet voorkomen dat zwijgen te zwaar meeweegt en helpt het rechtssysteem eerlijker en transparanter te maken.
Van der Rijst onderzocht in haar verkennende studie niet alleen wetten en literatuur, maar ook de praktijk in de rechtszaal. Ze begon met een analyse van uitspraken van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om te achterhalen welke juridische kaders in Nederland gelden. Vervolgens onderzocht ze systematisch uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven over witwas- en diefstalzaken, om te zien hoe rechters het zwijgen van de verdachte – voor zover dat blijkt - gebruiken in de bewijsconstructie. Daarna sprak ze twintig strafrechters verspreid over Nederland om inzicht te krijgen in de persoonlijke afwegingen achter het rechterlijke oordeel. Tot slot bestudeerde ze verschillende bewijstheorieën.
Van der Rijst voerde haar promotieonderzoek uit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en het NSCR. Ze verdedigt op vrijdag 30 januari 2026 om 11:45 haar proefschrift met de titel ‘Zwijgen als bewijs?’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Promotoren zijn prof. dr. Lonneke Stevens en prof. dr. Barbora Holá. Ga naar de website van de Vrije Universiteit Amsterdam voor meer informatie over de promotie.
Deel dit artikel
Actuele berichten