1. Home
  2. Methode van onderzoek

Stay home, stay safe? Methode van onderzoek

Het onderzoek bestaat uit twee fases, die hieronder schematisch worden weergegeven.

FASE 1: Actueel wekelijks beeld, enkel participerende regio’s

Geregistreerde meldingen Veilig Thuis

In fase 1 worden momenteel meldingsgegevens verzameld met betrekking tot alle meldingen en adviezen van huiselijk geweld, zoals die binnen komen bij Veilig Thuis-organisaties. In samenwerking met het Landelijk Netwerk Veilig Thuis en de 26 Veilig Thuis-regio’s worden uniforme data aangeleverd die meldings- en adviesgegevens over huiselijk geweld en kindermishandeling bevatten. Hierin worden gegevens over het aantal meldingen, maar ook over de aard en ernst van de melding, gegevens over de melder, dader en slachtoffer, en over de (gezins)context van het incident geregistreerd. De afzonderlijke Veilig Thuis-regio’s maken gebruik van dossier- en dataregistratiesystemen Regas en Clavis. De Veilig Thuis-regio Gooi en Vechtstreek heeft daarnaast haar eigen dataregistratiesysteem. In samenwerking met leden van de kerngroep gebruikers Regas en Clavis wordt momenteel een landelijke query geschreven om datalevering voor de regio’s eenvoudig te maken en ook uniformiteit in datalevering te garanderen.

De meldingsgegevens omvatten registraties uit 2019 en 2020, zodat gegevens vergeleken kunnen worden van ruim voor de start van de COVID-19-maatregelen tot geruime tijd daarna. Dit resulteert in een unieke longitudinale dataset, met gedetailleerde gegevens omtrent (trends in) het gemelde huiselijk geweld, die op weekniveau worden geanalyseerd. De meldingsgegevens vormen de basis voor een quasi-experimentele toetsing van het effect van de COVID-19-maatregelen op (meldingen van) huiselijk geweld. De vergelijking van actuele gegevens met soortgelijke gegevens van exact dezelfde periode vorig jaar, wordt gerelateerd aan een tijdlijn met daarop de momenten van de op- en afschaling van verschillende interventies, inzet van landelijke en regionale overheidscampagnes en overige interventies gedurende de COVID-19-maatregelen. Dit levert een real-time monitor op voor de betrokken Veilig Thuis-organisaties waarin inzicht wordt geboden in de belangrijkste actuele verschuivingen in het gemelde huiselijk geweld. De Veilig Thuis-regio’s wordt tevens de mogelijkheid geboden eigen vragen in te dienen die op grond van de data kunnen worden beantwoord. Per regio wordt maandelijks een factsheet opgemaakt met daarin de resultaten en actuele ontwikkelingen. Vanwege de betrokkenheid van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis en alle 26 Veilig Thuis-regio’s kunnen naast regionale trends, ook landelijke trends worden geanalyseerd.

Dossieronderzoek

Om een beter beeld te krijgen van de aard, ernst en context van het betreffende geweld, zal voor een subset van de geregistreerde meldingen het onderliggende dossier worden opgevraagd en geanalyseerd. In elk dossier wordt door de behandelende Veilig Thuis-medewerker een uitgebreide casusbeschrijving gegeven en kunnen bijvoorbeeld transcripten van het initiële chatcontact tussen slachtoffers en Veilig Thuis worden toegevoegd. Door een naar aard, ernst, melder, dader, slachtoffer en context gestratificeerde steekproef te trekken van de gegevens, wordt voldoende spreiding in type, aard en ernst van het huiselijk geweld in de onderzochte dossiers gegarandeerd.

Interviews

Voor een subset van de geanalyseerde dossiers zal contact worden gezocht met de betrokkenen bij het in die dossiers genoemde huiselijk geweld, om nog beter inzicht te genereren in de aanleiding en omstandigheden die hebben geleid tot het huiselijk geweld, de eventuele impact van de crisis hierop en de manier waarop betrokkenen die inzet van hulpverlening hebben ervaren en gewaardeerd. Bij het selecteren van respondenten voor deze interviews via de betrokken hulpverleningsorganisaties (zoals Blijf Groep) zal worden gestreefd naar een brede spreiding in persoonlijke en contextuele kenmerken, met als doel de diversiteit van de betreffende populatie zo goed mogelijk te vertegenwoordigen. In combinatie met de in deze eerste fase verkregen informatie over mogelijke veranderingen in de frequentie, aard en ernst van (meldingen van) huiselijk geweld, leveren de dossieranalyse en interviews concrete handvatten ter optimalisering van de maatschappelijke reactie op huiselijk geweld tijdens COVID-19-crisis.

FASE 2: Historisch beeld, landelijke dekking

CBS-data

In fase 2 van het onderzoek wordt gebruik gemaakt van gegevens met betrekking tot (meldingen van) huiselijk geweld, zoals die door het CBS zijn bijgehouden. Ten eerste betreft dit de door alle 26 Veilig Thuis-regio’s aangeleverde data met betrekking tot de door hen ontvangen meldingen van huiselijk geweld. Deze gegevens worden halfjaarlijks standaard aan het CBS geleverd. Beschikbaarheid van deze gegevens binnen de CBS-omgeving maakt het mogelijk om gegevens over de bij dit huiselijk geweld betrokken personen te koppelen aan andere databestanden die het CBS bijhoudt. Te denken valt bijvoorbeeld aan gegevens over de sociaaleconomische achtergrond, de culturele herkomst, de arbeidssituatie en het eventuele zorgverleden van de betrokkenen. Op basis van deze gegevens kunnen naast eventuele veranderingen in aantal, aard en ernst van het huiselijk geweld, ook eventuele veranderingen in de achtergrond en huidige situatie van de betrokkenen bij het huiselijk geweld in kaart worden gebracht en getoetst. Naast de voordelen van een landelijke dekking en de mogelijkheid tot koppeling met persoonsgegevens, heeft de CBS-data een belangrijk nadeel: deze gegevens komen pas met enige vertraging beschikbaar, waardoor inzicht in de meest actuele ontwikkelingen in de huiselijkgeweldscijfers in deze data ontbreekt. Bovendien wordt er vanuit Veilig Thuis geen informatie aan CBS verstrekt over de specifieke toedracht of context van het geweld. Toegang tot de data direct uit de Veilig Thuis-systemen in fase 1 heeft als voordeel dat we een goede inschatting kunnen maken van de toedracht van escalatie (al dan niet corona-gerelateerd). Beide databronnen vullen elkaar daarom goed aan.

Landelijke slachtofferenquête

Een tweede databron die in het voorjaar van 2021 binnen de CBS-omgeving beschikbaar komt, is de landelijke slachtofferenquête specifiek gericht op huiselijk en seksueel geweld, zoals geïnitieerd door het WODC. Deze slachtofferenquête verschaft informatie over het jaarlijks aantal slachtoffers van huiselijk geweld. Deze gegevens kunnen derhalve ook inzicht verschaffen over gevallen van huiselijk geweld die niet tot een melding bij Veilig Thuis hebben geleid. Hoewel deze enquête pas recentelijk gestart is, kan een vergelijking worden gemaakt met de voorloper op deze meting (Ten Boom, 2018). Naast mogelijke verschuivingen in de omvang en aard van het huiselijk geweld, kan op basis van deze gegevens ook een inschatting worden gemaakt van mogelijke verschuivingen in het aandeel huiselijk geweld dat ongeregistreerd blijft, een zogenaamde dark figure.

Verder lezen