In opdracht van het WODC onderzocht het NSCR in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam, de Universiteit van Amsterdam en Maryland University (Verenigde Staten) leeftijdsspecifieke paden naar radicalisering, participatie in extremistische groepen en betrokkenheid bij terroristische misdrijven. Het onderzoek bestond onder andere uit een systematisch overzicht van de literatuur, de analyse van twee internationale databases en een tweetal expertmeetings met professionals uit het veld.
Terrorismeveroordeelden niet structureel jonger
Op basis van de onderzochte databases vinden de onderzoekers geen empirisch bewijs voor een structurele verjonging of veroudering van terrorismeveroordeelden. Wel blijkt uit recente Nederlandse politiegegevens en uit de expertmeetings dat de laatste jaren een aanzienlijke groep zeer jonge jongeren in beeld komt vanwege (verdenking van) terrorisme. Of er sprake is van een nieuwe trend, kan niet worden vastgesteld op basis van die informatie. Wel bestaan er zorgen bij professionals over radicalisering op jonge leeftijd.
Verschillen tussen levensfasen
Leeftijd kan helpen begrijpen welke mechanismen, kwetsbaarheden en beschermende factoren relevant zijn en geeft daarmee aanknopingspunten voor hoe in te grijpen in verschillende levensfasen.
Bij (jonge) jongeren en jongvolwassenen spelen sociale beïnvloeding, groepsvorming, identiteitsontwikkeling, het horen bij een groep (belonging) en online radicalisering een grotere rol dan bij oudere personen. Jongeren hebben vaker contact met gewelddadige extremisten, zijn vaker betrokken bij extremistische groepen en gebruiken internet en sociale media vaker als centrale omgeving voor blootstelling aan extremistische inhoud, sociale erkenning en groepsvorming.
Bij volwassenen verschuift het beeld juist meer richting zich opbouwende levensloop-problematiek, eerdere criminaliteit, middelengebruik, maatschappelijke grieven, sociale instabiliteit en bredere financiële of relationele problemen. Oudere betrokkenen hebben vaker een justitieel verleden en radicalisering lijkt bij hen vaker verweven met langdurige maatschappelijke en persoonlijke problematiek. Tegelijkertijd laten de resultaten zien dat bepaalde mechanismen, zoals ervaren onrecht, behoefte aan betekenis, sociale beïnvloeding en blootstelling aan extremistische inhoud, in meerdere levensfasen en ideologische stromingen terugkomen, zij het in verschillende vormen en met verschillende accenten.
Aanbevelingen
De onderzoekers doen algemene aanbevelingen, zoals:
- Versterk leeftijdsspecifieke expertise en handelingskaders bij betrokken professionals, zodat zij sneller en beter radicalisering kunnen signaleren en op een passende manier kunnen ingrijpen.
- Onderzoek in hoeverre bestaande instrumenten om risico’s in te schatten toepasbaar zijn op verschillende leeftijdsgroepen. Vaak zijn die instrumenten ontwikkeld voor volwassenen.
- Online omgevingen spelen een verschillende rol per levensfase; hou hiermee rekening bij de aanpak.
Daarnaast zijn er ook aanbevelingen voor een leeftijdsspecifieke aanpak:
- Richt preventie bij adolescenten op identiteit, leeftijdsgenoten (peers) en online leefwereld. Bij signalen van radicalisering is het belangrijk om actief zicht te krijgen op met wie jongeren omgaan (offline én online) en in welke online groepen of omgevingen zij actief zijn. Dit om alternatieve vormen van belonging, erkenning en betekenis te kunnen bieden.
- Besteed bij jongvolwassenen expliciet aandacht aan overgangsfasen, sociale positie en toekomstperspectief. Preventie en interventie vragen niet alleen aandacht voor overtuigingen of online gedrag, maar ook voor praktische ondersteuning bij opleiding, werk, inkomen, huisvesting en maatschappelijke participatie. Het versterken van toekomstperspectief lijkt hierbij een belangrijk aangrijpingspunt.
- Benader radicalisering bij volwassenen sterker vanuit cumulatieve levensloop-problematiek. Bij signalen van radicalisering is het belangrijk om naast ideologische of veiligheidsaspecten ook standaard aandacht te besteden aan leefgebieden zoals financiën, huisvesting, werk, psychische gezondheid, verslaving en sociaal netwerk.
Verder lezen
- Lees het rapport ‘Radicale Jaren: een mixed-methods onderzoek naar de rol van leeftijd bij radicalisering, extremisme en terrorisme
- Ga hier naar de bijbehorende factsheet
Dit onderzoek is uitgevoerd door dr. Elanie Rodermond (NSCR/Vrije Universiteit Amsterdam), Lys van de Voorde MSc (NSCR), Merel de Nijs MSc (NSCR), prof. dr. mr. Bram Sizoo (Universiteit van Amsterdam) en prof. dr. Gary Lafree (University of Maryland, VS).