1. Home
  2. Actueel
  3. Jihadistische radicalisering in problematische jeugdgroepen

Jihadistische radicalisering in problematische jeugdgroepen

Het komt zelden voor dat jongeren in problematische jeugdgroepen radicaliseren en uitreizen naar Syrië. Bovendien doen jeugdgroepen dat niet als geheel. Bij jongeren die wél uitreizen, is sprake van een fatale mix van omstandigheden: achterstanden, ingrijpende gebeurtenissen en de aanwezigheid van ronselaars in de buurt. Dit blijkt uit onderzoek van het NSCR, de VU en de Nederlandse Politie, gesubsidieerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Aanleiding voor het onderzoek was een unieke casus in Delft, waar begin 2013 meerdere jongeren uit een problematische jeugdgroep uitreisden naar Syrië. Voor het eerst hebben onderzoekers gereconstrueerd wat er precies is gebeurd en hoe de radicalisering binnen deze jeugdgroep ontstond. Een problematische gezinsachtergrond, gebrek aan perspectief in een achterstandswijk, ingrijpende gebeurtenissen die leidden tot zingevingsvragen, de aanwezigheid van een jihadistisch netwerk in de directe omgeving, en de net ontstane burgeroorlog in Syrië konden verklaren waarom meerdere personen in korte tijd uitreisden.

Jeugdgroep radicaliseert niet als geheel, maar groep versterkt wel het proces

Om deze casus te onderzoeken werd gebruikgemaakt van politie-informatie en werden gesprekken gevoerd met elf sleutelpersonen uit de directe omgeving van de jeugdgroep. Daarnaast werd op basis van politiegegevens en aanvullende gesprekken geïnventariseerd in hoeverre ook in andere problematische jeugdgroepen in Nederland sprake is geweest van jihadistische radicalisering en of er een relatie bestaat tussen beide fenomenen. Bij de meeste problematische jeugdgroepen in Nederland bleek geen sprake van radicalisering. Bij vier jeugdgroepen waarin wél sprake was van radicalisering, waren de omstandigheden vergelijkbaar met die in Delft.
Uit het onderzoek blijkt dat status binnen de groep erg belangrijk is voor deze jongeren. Voor sommigen was dit ook te bereiken door kennis van en betrokkenheid bij de radicale islam. Daarnaast laat het onderzoek zien dat jeugdgroepen niet radicaliseren als geheel maar in kleinere groepjes. De groep versterkt wel het proces: via de groep krijgen individuele jongeren contact met het grotere jiha­distische netwerk in de regio.

Zingevingsvragen leidden naar jihadistisch netwerk in de regio

In de aanloop naar de radicalisering in Delft lijken twee gebeurtenissen een trigger te zijn geweest. Op de jongeren in de groep heeft een mislukte overval door enkele leden van de groep – waarbij een dode viel onder de overvallers – veel indruk gemaakt en geleid tot zingevingsvragen. Ook het overlijden van de vader van twee groepsleden heeft een rol gespeeld bij het creëren van vatbaarheid voor jihadistische ideeën. Een aantal jongeren uit de groep ging na deze gebeurtenissen actief op zoek naar informatie over het geloof. In de omgeving van de groep in Delft waren meerdere personen aanwezig die mogelijk een rol hebben gespeeld bij het contact maken met een bestaand jihadistisch netwerk in de regio. Ook vrouwen en zussen hebben een rol gespeeld via het zusternetwerk. Daarnaast gingen de jongeren op een gegeven moment naar verschillende radicale moskeeën in de omgeving. Ook bij de andere jeugdgroepen waar radicalisering plaatsvond, bleek dat personen van buitenaf een rol hebben gespeeld.

Advies: contact blijven houden met probleemjongeren

Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek is dat juist voor jongeren in problematische jeugdgroepen opvang moet zijn bij ingrijpende gebeurtenissen en de levensvragen die daardoor ontstaan. De jongeren in Delft konden hun existentiële vragen niet kwijt en kwamen mede daardoor terecht bij jihadistische predikers. De gebeurtenissen in Delft laten ook zien dat het belangrijk blijft om vanuit overheid, politie en jongerenwerk contact te houden met probleemjongeren op straat, te weten wat er leeft en niet te veel op een repressieve aanpak te vertrouwen.

Publicatiegegevens en verder lezen

Neve, R., Eris, S., Weerman, F., Van Prooijen, J.W., Ljujic, V. & Versteegt, I. (2019). Eindrapport Radicalisering in problematische jeugdgroepen.

Dit onderzoek is een samenwerkingsverband van het NSCR, de VU en het team Analyse en Onderzoek van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie. Het onderzoek is gesubsidieerd door de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV), onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

prof. dr. Frank Weerman

Senior Onderzoeker

dr. Jan-Willem van Prooijen

Senior Onderzoeker

Deel dit artikel

Actuele berichten