Vidi-beurs voor onderzoek naar gewelddadig extremisme onder jongeren
Onderzoeker Elanie Rodermond (VU/NSCR) ontvangt een Vidi-beurs van de NWO voor haar onderzoek RADICAL. Dankzij de subsidie kan zij een onderzoeksteam samenstellen dat gaat onderzoeken hoe jongeren betrokken raken bij gewelddadig extremisme, waarom sommigen overgaan tot geweld en welke factoren ervoor zorgen dat jongeren weer afstand nemen van extremistische groepen en ideeën.
Steeds meer jongeren raken betrokken bij gewelddadig extremisme. Dat varieert van deelname aan online extremistische netwerken en het verspreiden van extremistische berichten tot het plegen van gewelddadige misdrijven en terroristische aanslagen. “Juist over hoe deze processen zich tijdens de adolescentie ontwikkelen, weten we nog relatief weinig”, zegt Elanie Rodermond.
Volgens Rodermond, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en het NSCR, laten recente ontwikkelingen zien dat radicalisering onder jongeren niet altijd verloopt zoals vaak wordt gedacht. Bij sommige jongeren lijkt de interesse in geweld er bijvoorbeeld al te zijn voordat zij extremistische overtuigingen ontwikkelen. Ook speelt de online omgeving een steeds grotere rol bij radicalisering en rekrutering.
RADICAL
In het project Radicale Adolescentie: Ontwikkeling van Gewelddadig Extremisme Onder Jongeren (RADICAL) gaat Rodermond onderzoeken hoe extremistische overtuigingen en gedrag zich tijdens de adolescentie ontwikkelen en veranderen.
De adolescentie is daarbij een belangrijke levensfase, waarin jongeren hun identiteit ontwikkelen en experimenteren met ideeën en gedrag. “Juist daardoor kan het lastig zijn om onderscheid te maken tussen experimenteergedrag en signalen dat een jongere daadwerkelijk richting geweld beweegt.” Veel bestaand onderzoek naar radicalisering richt zich bovendien vooral op volwassenen.
Daarvoor combineert ze inzichten uit de criminologie, ontwikkelingspsychologie en terrorismestudies. Met een team onderzoekers zal ze jongeren langere tijd volgen en daarnaast gegevens analyseren van adolescenten die in Nederland zijn veroordeeld voor terroristische misdrijven. Daarbij vergelijkt ze hun achtergronden en criminele carrières met die van andere groepen. Ook houdt ze diepte-interviews met jongeren die betrokken zijn of zijn geweest bij extremistische milieus. “Door jongeren op verschillende manieren en over langere tijd te bestuderen, wil ik beter begrijpen hoe betrokkenheid bij extremisme ontstaat. Door ook hun persoonlijke verhalen te horen, weten we beter welke processen tot escalatie kunnen leiden en wat jongeren helpt om er weer afstand van te nemen.”
Effectievere preventie en interventie
De inzichten uit het project worden vertaald naar praktische hulpmiddelen en richtlijnen voor onder meer het onderwijs, gemeenten, politie en justitie. Die moeten professionals helpen om beter te beoordelen wanneer ingrijpen nodig is en wanneer niet. “Niet iedere jongere met extremistische overtuigingen gaat over tot geweld. Daarom is het belangrijk om beter te herkennen wanneer ingrijpen nodig is, zonder jongeren te snel als ‘gevaarlijk’ of ‘crimineel’ te bestempelen. “Zo kunnen we werken aan een aanpak van die beter rekening houdt met wat bij de ontwikkeling van jongeren hoort, en voorkomt dat experimenteel gedrag te snel leidt tot een blijvend stempel.”
Dit artikel is gebaseerd op een oorspronkelijk artikel van de Vrije Universiteit Amsterdam.