
Een consortium van onderzoekers, beleidsmakers en praktijkpartners heeft met steun vanuit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) het project EPIC opgezet: Explaining, Preventing, and Intervening in organized Crime involvement. Doel van dit onderzoek is de betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit effectief verminderen.
Inmiddels is de eerste fase van het project afgerond. En dankzij de subsidie van NWO is in maart 2024 de tweede fase van EPIC van start gegaan met vijf verschillende werkpakketten (WP). De tweede fase heeft een looptijd van vier jaar en is momenteel in volle gang.
Vragen over EPIC? Mail epic@nscr.nl
Wilt u op de hoogte worden gehouden van dit onderzoeksproject via de nieuwsbrief? Meldt u zich aan voor de EPIC-nieuwsbrief. Hieronder vindt u een overzicht van alle tot op heden verzonden nieuwsbrieven, gesorteerd van oud naar nieuw:
In de eerste (afgeronde) fase van EPIC is bestaande wetenschappelijke kennis over de risico- en beschermende factoren voor toetreding tot de georganiseerde criminaliteit in kaart gebracht. Ook is nationaal en internationaal in kaart gebracht welke interventies beschikbaar zijn en wat bekend is over de effectiviteit van interventies die als doel hebben de betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit te verminderen. Hiertoe is zowel wetenschappelijke kennis als tacit knowlegde geraadpleegd.

Referentie: Adamse, I., Eichelsheim, V., Blokland, A., & Schoonmade, L. (2024). The risk and protective factors for entering organized crime groups and their association with different entering mechanisms: A systematic review using ASReview. European Journal of Criminology.
Referentie: Boertien, E., Nguyen, Q., Van Deuren, S., Eichelsheim, V., & Blokland, A. (2024). Interventies Gericht op het Voorkomen en Verminderen van de Betrokkenheid van Jongeren bij Georganiseerde Criminaliteit: Een Systematische Literatuurstudie. Jeugd in Ontwikkeling.
In de eerste EPIC-fase is ook de tacit knowledge over interventies in kaart gebracht. Het gaat om kennis die aanwezig is in de praktijk, maar nog niet vindbaar is in de wetenschappelijke literatuur. Om een zo compleet mogelijk beeld te geven, zijn de plannen van ‘Preventie met gezag’ van acht gemeenten geanalyseerd, interviews gehouden met gemeenten en politiemedewerkers, en focusgroepen gehouden met jongeren en jongerenwerkers.

^ naar menu
De tweede fase begint met kwantitatief onderzoek (WP4) naar de prevalentie van de betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit (hoeveel?). En de verschillende risico- en beschermende factoren die van invloed zijn op de betrokkenheid bij, instandhouding van en het weer ophouden met het plegen van georganiseerde criminaliteit (wie, waar en onder welke omstandigheden?). In het bijzonder wordt gekeken naar de rol van criminele en sociale netwerken.
Hiernaast worden op basis van kwalitatieve onderzoeksmethoden (WP5), zoals interviews met jongeren die betrokken zijn/waren bij zware en georganiseerde criminaliteit en een analyse van opsporingsdossiers, de onderliggende mechanismen voor die betrokkenheid onderzocht (waarom?). Tevens zijn drie onderzoeksprojecten gericht op het evalueren en doorontwikkelen van (preventieve) interventies door middel van actieonderzoek (WP6) en op het onderzoeken van de effectiviteit van interventies (WP7 en 8).
Het onderzoek wordt gedaan in samenwerking met gemeenten, praktijkpartners, jongeren en ouders.
^ naar menu

Onderzoeksvraag: In hoeverre houdt blootstelling aan georganiseerde criminaliteit binnen het netwerk van een individu verband met betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit onder jongeren?
Onderzoeksmethode: Met behulp van unieke netwerkdata van het CBS, vergelijken we het aandeel criminele netwerkleden en de invloed op betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit.
Tussentijds resultaat: Op basis van CBS-registergegevens over bijna 3 miljoen jongeren in Nederland (12-26 jaar) blijkt dat blootstelling aan georganiseerde criminaliteit via familie, huisgenoten, klasgenoten en collega’s de kans vergroot dat jongeren zelf betrokken raken. Familie en huisgenoten hebben de grootste invloed op de betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit, gevolgd door klasgenoten en collega’s, terwijl buren daar nauwelijks invloed op lijken te hebben.

Dit onderzoek wordt gedaan onder leiding van: Arjan Blokland, Marjolijn Das, Brenda Bos en Julie Erber. Vragen over dit onderzoek? Mail Julie Erber
^ naar menu

Onderzoeksvragen: Hoe raken jongeren betrokken bij georganiseerde criminaliteit? Op welke manieren en in welke mate spelen sociale media hierbij een rol?
Onderzoeksmethode: We houden interviews met zowel professionals – zoals jongerenwerkers en politieagenten – als jongeren die direct of indirect betrokken zijn bij georganiseerde criminaliteit in twee Nederlandse steden.
Tussentijds resultaat: Professionals en jongeren geven aan dat de online omgeving het sociale netwerk van jongeren heeft vergroot, wat mogelijk ook de kansen vergroot om in aanraking te komen met georganiseerde criminaliteit. Tegelijkertijd wijzen respondenten erop dat bestaande, offline contacten vaak nog altijd een belangrijke rol spelen in het proces van betrokken raken bij crimineel gedrag. Voor jongeren bestaat er überhaupt niet zoiets als dé online of dé offline wereld, deze zijn volledig met elkaar verweven.

Dit onderzoek wordt gedaan onder leiding van Edward Kleemans, Robby Roks, Sjoukje van Deuren en Nathalie Denie (PhD). Vragen over dit onderzoek? Mail Nathalie Denie
^ naar menu

Onderzoeksvragen: Wat is het doel van de interventie, met welke middelen worden deze doelen bereikt en wat zijn mogelijkheden voor doorontwikkeling?
Onderzoeksmethode: In nauwe samenwerking met de praktijk en jongeren wordt via actieonderzoek onderzocht wat en wie werkt en hoe de interventie gaandeweg kan worden geoptimaliseerd. De onderzoeker voert participerende observaties uit en interviewt professionals, jongeren, ouders en samenwerkingspartners.
Tussentijdse update: In het kader van actieonderzoek – waarin wetenschap en praktijk samenwerken – zijn het afgelopen jaar participerende observaties uitgevoerd bij IPA in de Wijk en Credible Messengers. Daarnaast zijn 12 interviews gehouden met nieuwe Credible Messengers. Ook is de Theory of Change in samenwerking met beide initiatieven in kaart gebracht. Binnenkort volgen interviews met ouders, jongeren, professionals en samenwerkingspartners.

Deze drie interventies worden onder leiding van Eva Mulder, Fleur Souverein, Lucres Nauta-Jansen, Lieke van Domburgh en Alexandra de Meijere (PhD kandidaat). Vragen over dit actieonderzoek? Mail Alexandra
^ naar menu

Onderzoeksvragen: In hoeverre zijn de interventies ‘Educatief Centrum’ en ‘Grenzenstellend Jongerenwerk’ effectief? Wat maakt dat deze interventies goed werken? En voor wie?
Onderzoeksmethode: We voeren verschillende vormen van effectiviteitsonderzoek uit. Het uitgangspunt van het effectiviteitsonderzoek is om antwoord te geven op vragen als ‘Wat werkt?’ (effectiviteit), ‘Hoe werkt het?’ (mechanismen) en ‘Voor wie werkt het?’ (doelgroep). De interventies worden onderzocht met een mixed methods design. Daarbij combineren we kwantitatieve onderzoeksmethoden (zoals vragenlijsten) met kwalitatieve onderzoeksmethoden (zoals interviews, focusgroepen en dagboeknotities). Per jongere bekijken we welke veranderingen optreden tijdens en na hun deelname aan de interventie. Ook onderzoeken we welke factoren volgens jongeren en professionals bijdragen aan die veranderingen.
Tussentijdse update: Het afgelopen jaar hebben we de onderzoeksdesigns ontwikkeld. Daarbij ontdekten we dat bestaande instrumenten, zoals vragenlijsten, niet altijd goed aansluiten bij onze doelgroep. Vooral voor jongeren met een licht verstandelijke beperking blijken instrumenten vaak te ingewikkeld, of niet passend. Daarnaast sluiten strakke, effectmetende onderzoeksdesigns niet altijd goed aan op de praktijk, die dynamisch en soms onvoorspelbaar is. De dataverzameling bij het Educatief Centrum is inmiddels gestart. Komend jaar beginnen we ook met de dataverzameling bij het Grenzenstellend Jongerenwerk.

Onder leiding van Annemiek Harder, Fleur Souverein, Sanne Pronk, Renske van der Gaag en Wenda Sleijpen (PhD kandidaat). Vragen over dit onderzoek? Mail Wenda Sleijpen
^ naar menu

Onderzoeksvraag: In hoeverre zijn de programma’s Kapot Sterk, Buit in de Klas en Prospect4Cash, effectief in het bereiken van hun doelen? Wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden?
Onderzoeksmethode: Het onderzoek bestaat uit kwantitatief vragenlijstonderzoek met behulp van voor-, na- en follow up-metingen. Twee programma’s (Buit in de Klas en Kapot Sterk) worden beoordeeld via een Randomized Controlled Trial om er zeker van te zijn dat de gevonden veranderingen kunnen worden toegeschreven aan de interventie. Prospect4Cash wordt onderzocht met een herhaalde SCED.
Tussentijdse update: Het afgelopen jaar (2025) is de dataverzameling voor het effectonderzoek naar Kapot Sterk afgerond. Op drie momenten zijn vragenlijsten afgenomen bij basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8. In totaal vulden bijna 260 jongeren alle drie de vragenlijsten in, waarvan 142 in de experimentele groep en 115 in de controlegroep. Komend jaar (2026) worden de resultaten geanalyseerd. De dataverzameling voor Buit in de Klas zal in juli 2026 afgerond worden en Prospect4Cash gaat nog volop door.

De drie genoemde programma’s worden onder leiding van Marit van de Mheen (PhD kandidaat), Jessica Asscher, Veroni Eichelsheim en Sjoukje van Deuren. Een vraag? Mail Marit van de Mheen
^ naar menu
^ naar menu
Het project EPIC is opgezet en wordt uitgevoerd door een consortium van onderzoekers, beleidsmakers en praktijkpartners, met steun vanuit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA).

Vrije Universiteit Amsterdam, Erasmus University Rotterdam, University of Amsterdam, Tilburg University, Leiden University, Utrecht University, Groningen University, Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), Amsterdams Universitair Medisch Centrum (AmsterdamUMC), Amsterdam University of Applied Sciences, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Bureau Beke, Stichting HALT, Young Perspectives, Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid (CCV), Academische Werkplaats Risicojeugd (AWRJ), Gemeentelijke GezondheidsDienst (GGD), iHub onderwijs & familiezorg, Politie Amsterdam en de gemeentes Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Arnhem.
^ naar menu
Voor meer informatie over EPIC onderzoek, stuur een mail naar epic@nscr.nl.
En kijk op de EPIC linkedin pagina
^ naar menu